
Sporen van een oud doolhof op de maaiveldreliëfkaart van het AHN (warme kleuren zijn hoger)
Een doolhof in het Seminariebos
In de viewer van het Actueel Hoogtebestand Nederland, een digitale hoogtekaart van ons land, kan je niet alleen het reliëf van je favoriete stukje Nederland bekijken, maar kom je soms ook heel onverwachte dingen tegen. In een bosperceel in Driebergen-Rijsenburg blijkt dan bijvoorbeeld een heel merkwaardig patroon te liggen. Ter plekke in het bos zie je er in eerste instantie helemaal niks van — tot je met het AHN in de hand gerichter gaat zoeken. Dan zie je na enige moeite wel degelijk een op sommige plekken tot zo’n 15-20 cm diep uitgesleten kronkelpad alle kanten op lopen. Inmiddels deels overwoekerd, maar nog steeds te vinden. En je voelt het reliëf ook met je voeten, als je over het terrein loopt. Wat is het? In een blog en een langer artikel heb ik een en ander kort na de ontdekking opgepakt. Later beschikbaar gekomen informatie (zie onder) heeft er nog een extra twist aan gegeven.
Het doolhof ligt in het zogenaamde Seminariebos. Vroeger was dat bos een onderdeel van de formele tuinen van de buitenplaats Sparrendaal. Na de verkoop van Sparrendaal aan het bisdom Utrecht maakte het bos deel uit van het Groot-seminarie Rijsenburg, waar tussen 1857 en 1968 vele studenten hun priesteropleiding volgden — de naam ‘Seminariebos’ herinnert daar nog aan. Het eerste onderzoek naar dit doolhof, gedocumenteerd in bovengenoemde artikelen, wees naar een aanleg in de buitenplaatstijd van Sparrendaal, door een van de Van Bercks die er tussen 1644 en 1790 geleidelijk een grote Baroktuin hadden aangelegd. Doolhoven kwamen wel vaker voor in zulke tuinen.

Maar een recent gevonden aanwijzing suggereert toch iets anders. In 1975 interviewden twee scriptiestudenten van de Universiteit Wageningen (Sylvia Leffers – Dekker en Annette Augustijn – Van Buuren) als onderdeel van hun onderzoek naar groen erfgoed een van de vroegere bewoners van het seminarie (G.A.M. Abbink, vanaf 1946 student, later docent). De door Annette bewaarde transcriptie van dat gesprek vermeldt “Het doolhof is van vlak voor de oorlog, zo zijn er ook zitkuilen of kaarttafels van studentendisputen, ieder dispuut had zijn eigen bank. Alle paden, voor zover in gebruik, werden geharkt, regelmatig, daarom zo diep.”
Dit transcript sluit een oudere aanleg natuurlijk niet geheel uit — misschien vergiste Abbink zich wel, of wellicht hebben de seminaristen wel een ouder padenstelsel gerecycled…. Maar zolang concrete aanwijzingen voor een nóg eerdere aanleg (bijvoorbeeld door de Van Bercks) ontbreken is het nu toch het meest aannemelijk dat het doolhof inderdaad kort voor WO2 door seminariestudenten is aangelegd. Met welk doel, dat is nog niet bekend. Op een luchtfoto uit 1937 zien we het doolhof in ieder geval in volle glorie liggen, dus de uiterlijke aanleg moet in ieder geval in dat jaar zijn geweest. Wellicht geven de archieven van het bisdom nog verder uitsluitsel over dit bijzondere object.
